Charlois

Charlois (uitspraak "sjaarloos") is een deelgemeente en wijk gelegen op de zuidelijke Maasoever in de gemeente Rotterdam. De eerste (primitieve) bewoning in Charlois gaat terug tot voor het jaar 1200 gelegen in de polder Reijerwaert. De middelen van bestaan van Charlois waren voornamelijk landbouw en riviervisserij.

De naam Charlois wordt in 1460 door Karel de Stoute, na bedijking van de polder om er een korenland van te maken, aan het gebied gegeven. Dit stelde hij als voorwaarde voor de bedijking. Het gebied had namelijk te maken met veel overstromingen, o.a. de St. Elisabethsvloed in 1421 waarna de Biesbosch is ontstaan.
Een andere voorwaarde was dat er een kerkgebouw, gewijd aan Sint Clemens, gesticht zou worden. Deze voorwaarden werden in 1462 vastgelegd in een akte, welke als stichtingsakte van Charlois gezien kan worden. De kerk werd in 1467 in gebruik genomen waarna het dorp Charlois zich snel rond de kerk ontwikkelde.
Op de kerk stond een kleine toren. In 1512 werd een vergrote en vernieuwde kerk ingewijd. Daarvoor staken naar men zegt wel 5000 mensen in processie de bevroren rivier over. Maar door de dooi en noordwesterstorm was het ijs te zwak geworden en men zakte massaal door het ijs. De slachtoffers van dat ongeluk zijn in een massagraf aan de Sluisjesdijk begraven.
Na 1592 werd er een tweede toren aan toegevoegd, die in 1660 werd verbouwd tot de huidige toren. In dat jaar werd ook het kruispand aan de kerk gebouwd. De kleine eerste toren werd in 1833 afgebroken.
In de periode van 1862 tot 1866 zijn er plannen gemaakt voor nieuwbouw van de kerk. Het plan was om een nieuwe kerk over de oude te bouwen. Renovatie was niet mogelijk door de slechte toestand van het gebouw. Pas in 1868 wordt de nieuwe kerk ingewijd.

Ooit heeft Charlois een kasteel gehad. Het kasteel stamt uit 1315 en stond waar nu de Frans Bekkerstraat ligt vlakbij de Jaersveltstraat. Wie de bewoners zijn geweest is niet duidelijk. Het kasteel is verloren gegaan in een stormvloed. Op de plek waar het kasteel stond, lag eeuwenlang een merkwaardige verhoging in het polderland, bij het afgraven daarvan in 1960 werden de restanten aangetroffen. De restanten van de burcht liggen nog onder het wegdek.

Charlois was tot 1895 een zelfstandig dorp, totdat het in dat jaar werd geannexeerd door Rotterdam. Men was toen al bezig met het graven van de Dokhaven waar later de Gemeentelijke Droogdokken kwamen.
In 1906 is begonnen met het dempen van de haven van Charlois ten behoeve van de havens van Rotterdam.

Door de uitbreiding van de havens van Rotterdam en de daardoor gevestigde industrie was het noodzakelijk om nieuwe wijken te bouwen.
De wijk Carnisse werd vanaf 1890 gebouwd voor de arbeiders aan de nieuwe havens. Dit was eerder een grasland met een oud gehucht Carnisse, welke deel uitmaakte van "het land van Barendrecht".
De Tarwewijk, met de voormalige graansilo's van de Meneba, is tussen 1900 en 1930 gebouwd voor de havenarbeiders van toen.
De wijk Heijplaat is gebouwd vanaf 1914 door de komst van de Rotterdamse Droogdok Mij in 1902. De enige toegang tot het tuindorp Heijplaat is via de Waalhaven. De wijk werd in het verleden genoemd naar een zandplaat in de rivier met de naam “Hij” of Heye”. In 1931 is ten westen van Heijplaat de quarantaine-inrichting geopend voor zeelieden met besmettelijke ziekten als dependance van de Coolsingel. Eind jaren dertig werd het complex gebruikt voor de tijdelijke opvang van Joodse vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland.
Het kleinste wijkje van Charlois is Wielewaal. Het werd onder druk van woningnood gebouwd om huisvesting te bieden aan gezinnen, ontstaan door Duitse en andere bombardementen tijdens de oorlogsjaren, welke nauwelijks woonruimte konden vinden. De eerste woningen werden in 1949 opgeleverd aan hoofdzakelijk bouwvakkers, leraren en agenten uit Rotterdam.
De wijk Zuidwijk werd gebouwd in 1951 om het probleem van de grote woningnood op te lossen.
In de wijk Pendrecht werd gestart met bouwen in december 1953 ook om het probleem van de grote woningnood op te lossen. Al in 1199 werd melding gemaakt van de polder Pendrecht en maakt in latere jaren deel uit van het land van Reijerwaert en nog later van het land van Charlois.

Het "sjaarloos" dialect is onderdeel van het "Waerds" en is een vorm van Oost-IJsselmonds. Het dialect is uitgestorven, het werd begin 20e eeuw voor laatst gesproken.

Bronnen: Historisch-Charlois, AD-Rotterdams dagblad, wikipedia, Gem. Rotterdam, Geschiedenis van Zuid-Holland, Vaart!, Engelfriet.net

  • HOME
  • Historie