Est en Opijnen
Est
Waar de naam Est vandaan komt is niet geheel duidelijk. De naam kan, naar analogie van verschillende andere plaatsen in deze streek, een zogenaamde boomnaam zijn, de woonplaats bij een es. Zoals bijna alle dorpen heeft ook Est zijn adellijk huis gehad. Het geslacht van Est was in de Middeleeuwen zelfs al bekend. De Latijnse dichter Franco van Est (Franco Estius) en de geleerde Willem van Est (Guillelmus Estius), kanselier der Hogeschool te Doual (Fr.), stamden daarvan af. Volgens overleveringen zou er een landgoed /kasteel in Est hebben gestaan.
Est heeft ook woelige tijden gekend. In 1607 is Est bij een dramatische gebeurtenis betrokken geweest. Op 25 september van dat jaar werd in de nabijheid van het dorp de overste du Bols, ritmeester en president van de krijgsraad, een dapper en een verstandig man, nadat hij met zijn huisgezin in Geldermalsen naar de kermis was geweest, door wat vijanden overvallen. Toen hij zich niet aan hen wilde overgeven, werd hij dood geschoten en zijn zoon gevangen genomen.
Ook tussen de inwoners van Est en Neerijnen was het niet altijd koek en ei. Wateroverlast was een bijna jaarlijks terugkerende aangelegenheid. Om het water kwijt te raken, stak men de kaden door. Meestal was dat een zaak van gezamenlijk overleg. Aan dat overleg mankeerde het nog wel eens, zoals in 1784. Zo werd op 25 maart van dat jaar door de inwoners van Est de Zwarte Kade doorgestoken. Het water stroomde naar Neerijnen. "Die van Neerijnen" hebben toen met een groot aantal manschappen de Zwarte Kade weer dichtgemaakt, waarop die van Est voor de tweede maal de kade doorstaken. Zo ging het door tot zevenmaal toe. Uiteindelijk zocht men het hogerop, maar ook de hoge heren konden daar weinig of niets aan doen.
Waar vroeger vooral de fruitteelt (kersen) een belangrijk middel van bestaan was is tegenwoordig de teelt in kassen een van de meest in het oog springende agrarische bezigheden.
Opijnen
Volgens een oud verhaal dankt het dorp Opijnen zijn naam aan een raaf, die op een ijsschots de waal afdreef, na enige tijd kreeg hij last van koude voeten, toen kraste hij pijn, o, pijn! Nabij die plaats onstond toen Opijnen. Maar hoe het ook zij, in 1265 kwam opijnen in bezit van Rudolf de Cock, evenals Waardenburg en Neerijnen. Deze familie had tot in de 16e eeuw zeggenschap over de Heerlijkheid Opijnen. Wanneer het kasteel Opijnen gebouwd is, is niet bekend. Wel is bekend, dat het huis gestaan heeft op de plaats waar nu de nieuwe begraafplaats ligt.
Willem Anthonie van Eeden, ambachtsheer van Est en Opijnen (1775-1861), werd als predikant te Opijnen beroepen in 1797. Hij werd, achteraf waarschijnlijk ten onrechte, geschorst wegens dronkenschap van februari 1842 tot augustus 1843. In 1848 werd hij emeritus verklaard.
Een eigen dorpskern heeft Opijnen nooit gehad, men woonde in de straat (zandstraat) of aan de dijk.
Op 12 maart 1929 verdronken in Opijnen vier mensen toen ze op een krib stonden om van dichtbij de naderende ijsbrekers goed te kunnen zien. Het had die winter erg hard gevroren en de rivier de Waal lag op de kop af vier weken dicht. het bericht deed de ronde dat ijsbrekers de rivier zouden komen openbreken. Iets dat in 1891 voor de eerste keer, zonder succes, was geprobeerd. Vanaf 8 maart waren 3 ijsbrekers aan het werk om het ijs te breken. Op 12 maart kraakte het ijs en kwam in beweging waardoor een aantal mensen in het water vielen. Voor 4 van hen was dit fataal.
Na de 2e wereldoorlog kreeg Opijnen bekendheid door Memorial Day, op 30 juli 1943 werd een Amerikaanse bommenwerper door de Duitse luchtwaffe neergeschoten, waardoor 8 militairen om het leven kwamen, jaarlijks op 4 mei worden de slachtoffers, die allen in Opijnen begraven liggen herdacht.
Est en Opijnen
Per 01-01-1818 zijn Est en Opijnen opgegaan in Est en Opijnen.
Per 1 januari 1978 is Est en Opijnen opgegaan in de gemeente Neerijnen.
Bronnen: gemeente Neerijnen, wikipedia, Gelders archief, Oud Varik