Made en Drimmelen
Made
De gronden waarop Made ligt, behoorden vanaf de 10e eeuw tot de bezittingen van de landsheer, de Graaf van Holland. In de streek kwam veel turf voor, een belangrijke brandstof en op verschillende plaatsen rijk aan zout. De graaf gaf stukken grond in erfpacht uit aan ontginners. Door de uitgifte van moergronden ontstonden er in de
12e en 13e eeuw zogenaamde Ambachtsheerlijkheden, bestuurd door ontginners, ofwel ambachtsheren, zoals Drimmelen en
Standhazen.
Het was in de 14e eeuw nog slechts de stadsweide van Geertruidenberg. De naam Made, afkomstig van gemeenschappelijk maai- of hooiland, komt voor het eerst in een akte uit 1321 voor.
De bewoners van Made waren voornamelijk landbouwers op
schrale heidegrond.
In 1421 werd ook Made getroffen door de St. Elisabethsvloed. Gelukkig lag de dorpskern hoog op hei- en zandgrond, zodat slechts het gebied tussen Geertruidenberg en Made werd geteisterd door de golven.
In 1514 waren er bij een inspectie voor de landsbelasting in Made en Stuivezand samen 105 woningen.
Op 13 april 1785 kozen de stemgerechtigde burgers een voorlopig bestuur. Tegen de afscheiding kwam het stadsbestuur van Geertruidenberg direct in het geweer. Het diende hevige protesten in bij het provinciaal bestuur van Holland. Maar bij hun besluit van 8 oktober 1795 erkenden de Provisionele Representanten van het Volk van Holland de afscheiding van Made van de stad Geertruidenberg, bij decreet van Napoleon op 8 november 1810 per 1 januari 1811 nog vergroot met het dorp Drimmelen.
Drimmelen
Het huidige dorp Drimmelen herdacht in 1995 haar 350-jarig bestaan en is dus nog een betrekkelijk jong dorp. Er is ook nog een Oud-Drimmelen, dat voor 1645 Nieuw-Drimmelen genoemd werd. Er moet dus ook nog een nog ouder dorp Drimmelen geweest zijn, dat in 1421 getroffen werd door de St. Elisabethsvloed samen met ondermeer Standhazen, Almond en Dubbelmonde.
In feite is de geschiedenis van Drimmelen een aaneenschakeling van het verplaatsen van de bebouwing.
Het allereerste Drimmelen moet gezocht worden in de huidige Biesbosch aan de oever van de Middeleeuwse Maas.
In 1285 kende het dorp Drimmelen al een parochiekerk, een teken dat het dorp al een aardige omvang had bereikt. Dit kerkgebouw was gewijd aan de Heilige Sebastianus en moest de kerk van de Heilige Gertrudis te Geertruidenberg als moederkerk erkennen. De St. Elisabethsvloed van 1421 betekende het einde voor deze eerste kerk van Drimmelen.
Ten tijde van de kerkvisitatie in 1571 bleek dat het Katholiek kerkelijk leven al bijna uitgestorven was. Enkele jaren later moet de bevolking van Oud Drimmelen massaal overgegaan zijn naar de Reformatie.
Made en Drimmelen
In 1730 verwoestte een grote brand het grootste deel van Oud-Drimmelen. Tot 1792 werd er gedoopt en gehuwd in de kerk van Oud-Drimmelen, maar in 1793 werd deze kerk verkocht voor afbraak. Vanaf dat jaar werden dopen en huwelijken voltrokken in Nieuw-Drimmelen.
Rond het begin van de negentiende eeuw werd de unie van Oud- en Nieuw-Drimmelen samengevoegd met Made.
Dat bleef zo tot 1997, toen Made en Drimmelen, Terheijden, Wagenberg en Hooge en Lage Zwaluwe werden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Made, die later weer Drimmelen zou gaan heten.
Zowel in Made als in Drimmelen werd in 1867 door de choleraepidemie de kermis niet gehouden.
Made en Drimmelen was vroeger ingedeeld in wijken. De adressen waren wijk A of B met huisnummer erachter. Wijk A was het zogenaamde centrum en de wijk B het overige. Drimmelen, Oud-Drimmelen , de Buitendijk en de gehele Bergse Polder noemde men wijk C. Voor de wijk A liep de nummering door tot A216. Voor de wijk B was dit B247 en wijk C ging tot C122a. Totaal stonden er dus bij benadering een kleine 600 huizen in de periode 1879 – 1889.
Iedere 10 jaar werd alles opnieuw geteld en werd elk gebouw weer voorzien van een nieuw nummer .
Het is duidelijk dat door de uitbreiding van het dorp bijna nooit de nummering in een opeenvolgende periode het zelfde was. Deze indeling in wijken en de herzieningen na 10 jaar was , zoals zoveel wetten en regels, ingesteld door Napoleon en loopt door tot 1948. In 1936 was men al wel begonnen met het naam geven van straten, maar pas in 1948 werd deze methode officieel in gebruik genomen als registratie van een adres.
Bronnen: Dordrechtsche Courant, Wikipedia, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Stationsweb