Ophemert

Ophemert is een dorp in de Betuwe gelegen aan de rechteroever van de Waal tussen Zennewijnen en Varik. Het plaatsje is met een reeks andere dorpen gefuseerd tot de gemeente Neerijnen in de Nederlandse provincie Gelderland. Het dorp heeft 1630 inwoners (2005).

Ophemert was een heerlijkheid. In het dorp is nog steeds het kasteel Ophemert met slotgracht. De geschiedenis van Ophemert is nauw verweven met de geschiedenis van het kasteel en zijn bewoners.
Helemaal duidelijk is het niet, maar het wordt aangenomen dat Rudolf de Cock Ophemert in 1265 door ruiling ontving. Lange tijd bleef het gebied in het bezit van de familie De Cock van Weerdenburg, totdat het omstreeks 1550 in bezit kwam van de familie Van Haeften.
Meer dan twee eeuwen zou de heerlijkheid in dit geslacht blijven om daarna in dat der Mackay's over te gaan. In het midden van de vorige eeuw was Mr. Aeneas baron van Mackay, ambachtsheer van Ophemert. Jarenlang was hij lid van de Tweede Kamer en in 1862 werd hij vice-president van de Raad van State. Ook aan het Koninklijk Hof heeft hij een plaats bekleed en meer dan eens werd hij benoemd tot executeur-testamentair van Koninklijke nalatenschappen. Veel deed hij in het belang van de maatschappij van weldadigheid. Kortom: hij was een veelzijdig figuur met een universeel gerichte belangstelling. In verband met zijn werk woonde hij een groot deel van de week in Den Haag. Maar in het weekeinde zag men hem in Ophemert en dan voelde hij zich niet te hoog om op de zondagsschool als onderwijzer van de dorpsjeugd te fungeren.
Het kasteel, dat nog in volle glorie bestaat, is nog steeds in het bezit van de familie Mackay

Ophemert kunnen we rekenen als boerendorp. De bron van inkomsten was land- en veeteelt. Omdat Ophemert veel dagloners kende was de armoede groot.

Sinds 1815 was Ophemert een belangrijk onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Van iets ten zuiden van Tiel loopt het lnundatiekanaal van de Waal naar de Linge. Als de Lingesluizen bij Asperen werden gesloten en het Waalwater door het kanaal op de Linge werd gebracht, ontstond een grote waterbarrière (nog gebruikt in 1940). Tegenwoordig dient het kanaal om in droge zomers water ten behoeve van de landbouw op de Linge te brengen.

Tot voor kort (tot voor de gemeentelijke herindeling in 1978 met Neerijnen) bestond in Ophemert de gewoonte van het "groenmaken". Daags vóór de bruiloft werd de oprit van het gemeentehuis met groene takjes belegd, zodat het bruidspaar over een "loper van groen" naar het raadhuis ging.

De hervormde kerk van Ophemert, de Maartenskerk, heeft een voornaam en imponerend uiterlijk. In 1945 werd de kerk zwaar beschadigd door het oorlogsgeweld. Na de oorlog is de kerk zeer ingrijpend verbouwd, zonder zijbeuken. De toren is in 1957 gereed gekomen, maar in een heel andere vorm dan voor de verwoesting in 1945.

Bronnen: gemeente Neerijnen, frankeerstempel

  • HOME
  • Historie