Pernis
Pernis behoort tot de oudste dorpen op het westelijke gedeelte van het eiland IJsselmonde. Het oudst bekende archiefstuk waarin Pernis genoemd wordt dateert van januari 1250. Het achtervoegsel -nis verwijst naar een oud Nederlands woord voor landtong.
Pernis bezat reeds in 1307 een kapel (met pastoor en koster). Deze werd in 1428 op dezelfde plaats vervangen door een Gotische kerk waaraan de huidige toren, staande tegen de in 1925 nieuw gebouwde kerk, nog herinnert. De bevolking was voornamelijk Nederlands Hervormd.
Van oudsher was het hoofdmiddel van bestaan in Pernis de landbouw en veeteelt alhoewel er al voor 1250 een haven was. Het dorp stond zelf bekend om de aardbeien die hier geteeld werden.
Omdat de loop van de rivier gedurende de zeventiende eeuw tot en met de twintigste eeuw weinig van plaats veranderde bleef de haven van Pernis goed bereikbaar voor vissersschepen. Dat was een reden voor het ontstaan en de bloei van het vissersbedrijf in Pernis.
Voor 1730 hield men zich niet bezig met zeevisserij. Men viste wel op de rivier, met name op zalm. Het is dan ook geen wonder dat dit in die periode volksvoedsel nummer 1 was in Pernis. In de periode van 1750-1800 kwam de zeevisserij in Pernis van de grond.
Menig uit Pernis afkomstig vissersschip is vergaan of verloor bemanningsleden die bij het uitoefenen van de werkzaamheden overboord sloegen, aan ziekten overleden of op andere wijze verongelukten. De vissersschepen in de 19e eeuw in Pernis waren zeilschepen. Ze waren betrekkelijk klein, hooguit 22 meter lang, en hadden tussen de 76 en 90 ton laadvermogen. Er was erg veel stuurmanskunst nodig om onder slechte weersomstandigheden de visgronden te bereiken. Ook het manoeuvreren bij het uitzetten en inhalen van de netten was geen sinecure. Die kunst werd door de Pernisser vissers zo goed bedreven dat sommige in Antwerpen en Zierikzee werden aangesteld om onderricht te geven in het uitoefenen van de beugvisserij (1). Op de top van de visserij voeren er 22 Pernisser sloepen. (Bekijk hier een artikel uit het Rotterdamsch Nieuwsblad)
Het was in Pernis gebruikelijk om, als de mannen uit vissen waren, een kaars voor het raam neer te zetten zodat de mannen hun huis sneller terug konden vinden.
Zoals in zoveel vissersdorpen was het in Pernis armoe troef onder de gezinnen van omgekomen vissers. In 1868 werd een visserijfonds opgericht ter ondersteuning van de weduwen, wezen en oudere vissers. Men woonde in het dorp (veelal de huidige Pastoriedijk) of rond het dorp (boerderijen).
Rond 1900 loonde de zeevisserij in Pernis niet meer, door veroudering en niet meer kunnen concurreren met modernere schepen. Hierna vertrokken veel inwoners naar grotere vissersplaatsen zoals Vlaardingen en IJmuiden.
In 1919 werd de laatste vissersboot (2) verkocht, de haven van Pernis werd gedempt en de visserij is geheel verdwenen.
Tussen 1929 en 1933 werd de 1e Petroleumhaven gegraven en vestigde Shell zich daar.
In bestuurlijke zin heeft het dorp eveneens roerige tijden gekend. Zo behoorde Pernis ooit toe aan het arrondissement van Dordrecht en aan de stad Schiedam (3). In 1934 werd Pernis geannexeerd door de gemeente Rotterdam
Het dialect van Pernis is een subdialect van het Maashollandsch dialect. Waarschijnlijk een van de oudste.
De uitspraak van de ui, lange u, ij, lange i is er, vooral als de nadruk niet op die woorden valt, deels nog bewaard gebleven. Ofschoon men er zeer flauw een korte, onvolkomene i achter die lange u laat hooren; dit is wellicht de eerste oorsprong van de tegenwoordige hollandse uitspraak van die klank (als ui). Zo spreekt men er van huus of huuis, buuik, kruuik, huis, buik, kruik; van kike, spiker, diik, drive, enz., kijken, spijker, dijk, drijven. Bovendien spreekt men er de lange a ook als æ uit, net als in Vlaardingen, en nadert de tongval in andere opzichten tot die van 't Land van Putten en 't eiland Voorne.
(1) De Beugvisserij behoorde tot de zogeheten hoekwantvisserij. Deze laatstgenoemde visserij was, een vorm van statische visserij. Hierbij was het betrokken vissersschip, althans samen met zijn vistuig, gedurende de visserij niet in beweging.
(2) In 2006 is er in Pernis een straat vernoemd naar de laatste visserssloep de "Cornelia", Corneliahof.
(3) In 1731 koopt de stad Schiedam de heerlijkheid Pernis voor Hfl.37.000,-- van de Staten van Holland. Onder de heerlijkheid Pernis behoorden Portugaal, Pernis en Hoogvliet.
Bronnen: Oudheidkamer Pernis, De onderste steen boven, relikwi.nl, DBNL, HerenvanHolland.
