Zevenbergen

Het is niet duidelijk waar de naam van Zevenbergen vandaan komt. Waarschijnlijk genoemd naar de heuvels in de buurt maar dit waren er geen zeven. De tweede mogelijkheid is dat het is vernoemd naar zeven landtongen die ontstaan zijn door de poldervorming.

De oudste gegevens van Zevenbergen dateren uit het einde van de 13e eeuw, wanneer de naam in enkele oorkonden verschijnt. In die periode was er al een gevestigde orde (een kasteel, een heer, een kerk, een sluis, een schepencollege en een molen) dus kunnen we aannemen dat Zevenbergen al veel ouder is.

Na een aanvankelijke bloei door de winning van zout en turf, en later door handel, scheepvaart en landbouw, kreeg Zevenbergen tussen 1300 en 1421 een regionale functie. Echter, door de Sint-Elisabethsvloed van 1421 werd Zevenbergen een eilandje. Alle reeds ingedijkte polders werden in dat rampjaar vernield en er ontstond een groot verval.

In 1427 verkreeg Zevenbergen stadsrechten.

In het begin van de 16e eeuw werd weer begonnen met inpoldering rond Zevenbergen, waardoor de landbouw zich weer kon ontwikkelen. Rond 1550 heeft het polderland rond Zevenbergen zijn huidige vorm gekregen. Veel gebeurde er niet tot in de 18e eeuw.
Tegen die tijd functioneerde het havenkanaal niet goed meer, dus werd het met sluizen afgesloten. Nog niet gehinderd door de luxe van een historisch besef, besloten de bestuurders van de Nassause Domeinraad, waaronder Zevenbergen inmiddels behoorde, in 1728 om het middeleeuws kasteel met de Lobbekestoren af te breken. Verscheept in schuiten ging het naar Walsoorden. Daar was men juist bezig om de vooroeververdediging van de Zeeuws-Vlaamse kust te versterken met zinkstukken en rijshoofden. Dat alles werd met stenen verzwaard. Die honderden tonnen steen werden geproduceerd door het vroeger zo imposante verblijf van de heren van Zevenbergen af te breken. Zo dumpte Zevenbergen het middeleeuws verleden in de Westerschelde.

Op 19-08-1845 werd Zevenbergen overvallen door een windhoos die grote schade aanrichtte: Het dak van de kerk was er afgeslagen, een brug in de rivier gestort, huizen, schuren, windmolens en bomen geveld. Er kwamen tijdens de windhoos 3 mensen om.

Men verbouwde graan, boekweit, vlas en vooral ook meekrap. Meekrap bleef tot in de 19e eeuw een belangrijk product totdat deze overbodig werd door ontwikkelingen in de chemische industrie en men plaats maakte voor suikerbietenteelt. Halverwege de negentiende eeuw tot eind twintigste eeuw was Zevenbergen vooral bekend als suikerstad en telde het drie suikerfabrieken, waaronder de eerste suikerfabriek van Nederland, de Azelma (opgericht in 1858).

Dankzij deze fabrieken werden er spoorlijnen aangelegd om de suiker te vervoeren. Het station in Zevenbergen werd in 1854 geopend en is het oudste NS station in Nederland. Het was voornamelijk een woonhuis met enkele lokalen voor stationsdienst. Het gebouw heeft tot 1997 dienstgedaan als stationsgebouw en tegenwoordig is Eeterij ’t Peronneke er gevestigd. De reden voor opheffing van het stationsgebouw is dat de laatste (van de 3) suikerfabriek in Zevenbergen in 1988 gesloten is. Dit doordat technische en chemische verbeteringen veel geld kostte en alleen door de grote suikerfabrieken gezamenlijk opgebracht konden worden.

Cholera brak in 1832, 1833 en 1849 uit in Zevenbergen waarbij veel mensen overleden. In mei 1866 brak in Zevenbergen voor de laatste keer cholera uit. Hieraan overleden 18 personen, alhoewel dit getal volgens de inspecteur van volksgezondheid vermoedelijk hoger ligt. De reden hiervoor is dat winkeliers hiervan geen aangifte deden uit vrees voor afname van hun omzet.
Dat in 1866 de laatste grote choleraepidemie was, kwam vooral door collectieve maatregelen zoals het toenemend gebruik van goed drinkwater. Het water rond Zevenbergen was zeer vervuild door industrie (bij de uitbraak in 1866 door de suikerbietenfabrieken) en men gebruikte dit water als drinkwater en voor huishoudelijke doeleinde. Dit is waarschijnlijk de oorzaak van de uitbraak geweest.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog is Zevenbergen zwaar getroffen. In 1940 ging de Duitse inval met een bombardement gepaard waardoor 39 mensen hun leven verloren.
Het is triest, dat ruim 500 inwoners alle have en goed verloren hebben. En nog bedroevender is het, dat het hier speciaal de arbeidersbevolking en de klein winkeliers betreft. Zevenbergen was nu eenmaal een arme gemeente met veel werklozen.
De bevrijding was nog veel erger. Bijna de gehele binnenstad werd vernield en er vielen 117 doden. Na de oorlog kwam de heropbouw traag opgang. Na enige jaren kwam de gang erin en groeide Zevenbergen uit tot een stadje met streekfunctie wat betreft winkel- en woonbestand. In 1997 ging Zevenbergen op in de gemeente Moerdijk.

Ook de watersnoodramp van 1953 trof het grondgebied van Zevenbergen. Ongeveer twee derde deel van de gemeente stond onder water, maar de stad zelf bleef gespaard.

Bronnen: Instituur voor de Nederlandse Geschiedenis, Wikipedia, Gemeente Zevenbergen, Muntslag van Zevenbergen.

  • HOME
  • Historie