Zierikzee
Het verhaal gaat dat Zierikzee is ontstaan in 849. Ziringus of Zierik, een uit Pannonië (Hongarije) verdreven ontdekkingsreiziger, zou de stichter van Zierikzee zijn geweest of de toen aanwezige nederzetting het aanzien van een stad hebben gegeven. Tot enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling maakte Schouwen-Duiveland deel uit van een uitgerekt veengebied. Door dit veengebied liep onder meer de rivier de Schelde. Delen van dit veengebied waren nog voor het begin van onze jaartelling aangetast door de zee. Eind 3e eeuw drong de zee opnieuw het land in. Via inbraakkreken werd klei op het land afgezet.
Het middeleeuwse Zierikzee bood een boeiend schouwspel. Bij de haventoegang, op afstand van de stad, stonden de zoutketen (1). Langs de haven waren de scheepswerven gesitueerd. De stad vormde in defensief opzicht een moeilijk in te nemen vesting. Met z'n vrijwel ronde vorm was Zierikzee gemakkelijk te verdedigen. De enige zwakke schakel, de haventoegang, werd beschermd door 2 robuuste poorten, de Noord- en Zuidhavenpoort. Deze dateren uit het begin van de 14de eeuw. Uit diezelfde periode dateert ook de niet minder imposante Nobelpoort, die de noordelijke toegang tot de stad afsloot. De 3 kleinere Zuidwelle-, West- en Bagijnepoorten waren overige toegangen. Tussen de poorten liepen hoge stadsmuren met hier en daar muurtorens. De grachten zorgden ervoor dat de vijand op afstand werd gehouden. Het stadspanorama gaf vele torenspitsen te zien.
Het stadssilhouet wordt beheerst door de Sint Lievensmonstertoren. Die naam is voor de inwoners veel te lang, daarom wordt het in de volksmond de Dikke Toren genoemd. Tussen de vele monumenten die Zierikzee rijk is, neemt deze reus een bijzondere plaats in. Met z´n ongeveer 62 meter steekt de onafgebouwde kolos fors de lucht in. In 1156 stond op deze plek de Sint Lievensmonsterkapittel. De bouw van de huidige toren is halverwege de 14ee eeuw gestart tijdens een periode van grote welvaart voor Zierikzee. Hij is los gebouwd van een gigantische laat gotische kerk, de grootste van Zeeland, die eerder in de 12e eeuw werd gebouwd. In 1446 werd de kerk door brand zo ernstig werd beschadigd dat werd besloten om op die plek een kleinere kerk te herbouwen (de huidige Nieuwe Kerk).
De stad verkreeg in de 13e eeuw (1217 of 1219-1222) stadsrechten en voerde al op 13e eeuwse zegels een leeuw. Door de eeuwen heen is het zegel veranderd maar men bleef trouw aan de leeuw.
Zoals eerder vermeld had Zierikzee in de 14e eeuw een periode van welvaart die begin 16e eeuw eindigde door de teloorgang van de visserij. De volgende periode van welvaart begon in de 17e eeuw, waarna de stadsmuren afgebroken werden en de Nieuwe Haven gebouwd. Meer westelijk werd in 1617 het terrein van het kasteel Ravenstein als bouwlokatie aangewezen. De huizen kwamen te staan aan twee nieuwe straten: de Ravestraat en de Schuttershofstraat, de laatste genoemd naar het onderkomen van de schutters aldaar. De nieuwe huizen waren vooral bestemd voor matrozen en knechts met hun gezinnen. Het stratenpatroon is sinds de 17de eeuw nauwelijks meer veranderd, zodat de plattegronden uit die tijd nog steeds bruikbaar zijn.
Bracht de 17de eeuw nog grote welvaart in Zierikzee, in de 18de eeuw veranderde dat. Vooral de haringvisserij kreeg zware tegenslagen te incasseren. Hier wreekte zich het feit dat Zierikzee geen grote vismarkt had. Daardoor was de concurrentie met de steden langs de maasmonding niet vol te houden. De visserij beperkte zich tot de vangst van kabeljauw. Maar vele vissers kozen liever voor de koopvaardij, die in de eerste helft van de 18e eeuw floreerde en waar hogere lonen werden betaald. Bovendien liepen de visvangsten terug. Daardoor vond er een verschuiving plaats.
In Zierikzee zaten door de geschiedenis heen veel buitenlandse soldaten. Dit gebeurde niet altijd in kazernes. In 1811 werden Franse soldaten ingekwartierd in huizen van particulieren. Dat gaf veel overlast voor de inwoners van Zierikzee, want ze moesten zorgen voor kost en inwoning. Toen werd het Fonds van Kazernering opgericht, wat beoogt dat alle inwoners een bedrag van de kosten van de inkwartiering zouden betalen, zodat de gezinnen met een soldaat in huis ontlast konden worden. Met die gelden werden gebouwen omgebouwd tot kazernes. Toen in 1813 de Fransen uit Nederland verdwenen bleef de overheid de gelden wel innen. Op enig moment werd besloten dat Zierikzee "in beginsel"
geen garnizoensplaats meer zou zijn, alleen in tijden van oorlog.
Het Fonds van Kazernering is niet meer nodig maar wordt nu gebruikt voor jaarlijks de mogelijkheid van financiële steun voor eenmalige sociaal-culturele activiteiten (of uitgaven), die in Zierikzee worden gehouden of die in ieder geval gericht zijn op de inwoners van Zierikzee.
Het eerste 'bioscoopje' viel te pakken in 1897 in de voorzaal van sociëteit Ons Genoegen aan de Zierikzeese Poststraat.
(1) Een zoutziederij of zoutkeet is een werkplaats voorzien van een kookinrichting om een geconcentreerde zoutoplossing in te dampen en het zout, bij wijze van productie- en raffinagetechniek, te laten kristalliseren. Zout was (en is nog steeds) een essentieel product voor het conserveren en vervoeren van vis. Zoutzieders werden door waterschepen bevoorraad met zeewater om daarin te raffineren ruw zout te koken of er zouthoudende as van gedroogde en verbrande zilte veenaarde mee uit te logen.
Bronnen: Zierikzee Monumentenstad, Wikipedia
